De volgende editie

Samenvatting: De Volgende Editie

 

‘The world we have to deal with is out of reach, out of sight, out of mind. It has to be explored, reported, imagined.’

(Walter Lippmann, Public Opinion, 1922).

 

‘De krant is niet meer wat hij geweest is’.

Anno 2009 voelt de krant de gevolgen van de economische crisis. Wanneer het tij economisch tegenzit, ervaren de advertentiemarkt en de media die erop drijven, daar direct de effecten van. Het wegvallen van advertentie-inkomsten slaat diepe wonden in de printsector. Tegelijkertijd kampen de meeste Nederlandse dagbladenconcerns met de naweeën van eerdere bedrijfsstrategische manoeuvres. Terwijl de meeste kranten in 2008 nog rendabele bedrijven waren, vinden er nu bezuinigingen en ontslagen plaats. Titels vrezen voor hun bestaan. De huidige crisis van de krant is echter niet louter conjunctureel. De economische tegenwind legt vooral de structurele problemen bloot die de positie van de krant aantasten.

Dagbladen vinden minder aansluiting bij het publiek dan vroeger. De meeste oplages dalen al jaren. Naast het lezen van (gratis) kranten, stellen vooral jongeren hun informatiemenu steeds vaker samen uit het uitgebreide aanbod van televisie, mobiele diensten en internet. De alternatieven voor de krant zijn talloos en in de meeste gevallen gratis toegankelijk. De vraag naar nieuws, achtergronden, duiding en opinie blijft groot. Door digitalisering en convergentie zijn de mogelijkheden voor nieuwkomers toegenomen. De lage distributiekosten van internet hebben toegangsdrempels tot de markt verlaagd. Bij belangrijke gebeurtenissen spelen online informatiediensten, sociale netwerksites, bloggers, ‘twitterazzi’ en burgers een steeds grotere rol. Traditionele nieuwsproducenten zijn niet langer zeker van hun positie en moeten zich in dit veranderende landschap opnieuw bewijzen. Dat vergt een grote aanpassing en levert onzekerheden op.

Tegelijkertijd is de relatie tussen de bestaande journalistiek en samenleving verzwakt. De binding tussen burgers en kranten is minder vanzelfsprekend. De bestaande journalistiek heeft daar nog geen sluitend antwoord op gevonden. Sommige strategische posities in het digitale nieuwsveld zijn inmiddels ingenomen door andere organisaties dan kranten of hun uitgevers, met modellen die structureel afwijken van het gekende exploitatiemodel van de printmedia. Ook komen de kranten in het brede digitale speelveld andere traditionele mediapartijen tegen, zoals de omroepen. Door de toegenomen convergentie heeft de krant meer concurrentie dan ooit. Vanwege het weglopen van de lezers en de bijzondere mogelijkheden van internet gebruiken ook adverteerders nieuwe kanalen om hun publiek te bereiken.

Waar mogelijk proberen kranten mee te surfen op de digitale golf. Ze bieden zonder uitzondering een website aan met actueel nieuws en achtergrondinformatie. Maar omdat het concurrentieveld op het internet structureel verschilt van de wereld van papier, moeten ze hun digitale aanbod voor een groot deel gratis ter beschikking stellen. Voor de uitgevers zijn de websites in veel gevallen een kostenpost, omdat een substantiële online advertentie markt ontbreekt. In bezoekersaantallen worden de websites veelal voorbijgestreefd door online nieuwsdiensten als Nu.nl en aggregatiediensten als Google News. Toch spelen dagbladen nog steeds een belangrijke rol in het netwerk van nieuwsproductie. Online nieuwsdiensten kopen hun nieuws in bij een van de belangrijkste nieuwsleveranciers van Nederland, het ANP. Dat kan mede bestaan vanwege de contracten die het met kranten heeft, ooit de belangrijkste aandeelhouders van dit persbureau. Aggregatiediensten grazen het web af en maken gebruik van de RSS feeds van kranten, opiniebladen, nieuwsbladen en van andere media, om een constante stroom van berichten naar gebruikers door te sturen. Ook vormen nieuwsberichten en artikelen uit kranten belangrijke grondstoffen voor online discussies van onder andere bloggers. Nieuwe spelers op de nieuwsmarkt zouden aanzienlijk slechter presteren zonder de journalistieke infrastructuur die is gestoeld op de printmedia. De wijze waarop nieuwe spelers van dit bestaande netwerk gebruik maken, levert de kranten, nieuws- en opiniebladen echter geen nieuwe inkomsten op. Dit is geen duurzaam model. Daarom is innovatie op allerlei vlakken noodzakelijk. Regionaal is de situatie urgenter en lijken de gevolgen acuter in te grijpen dan op landelijk niveau. De markten waarop regionale dagbladen moeten opereren zijn beperkter; de teruggang in oplages en advertentieomzet wegen daarom zwaarder. Bovendien bestaan er in de regio minder media die de noodzakelijke rol van de pers in de democratie kunnen invullen. Zowel landelijk als regionaal worden printmedia gedwongen tot meer efficiëntie en is innovatie één van de belangrijkste strategische antwoorden.

Uit de hierboven omschreven situatie zijn drie opgaven af te leiden:

  • Door middel van innovatie van het bestaande traditionele (papieren) exploitatiemodel, de neergaande lijn in omzet vertragen, tot staan brengen of zelfs ombuigen.
  • Ontwikkeling van een hefboom om de bestaande kracht van de papieren merken te gebruiken voor de ontwikkeling van een sterke positie online.
  • Innoveren van de journalistieke praktijk, om de relatie tussen journalistiek en samenleving te verbeteren en te versterken, zowel voor wat betreft aard en inhoud van de journalistieke producten als de ingezette instrumenten en media (online en print of een combinatie van beide).

De commissie is primair geïnteresseerd in de toekomst van de journalistiek en de rol die ze speelt in ons democratisch bestel, al is ze uiteraard niet ongevoelig voor het economisch belang van de sector. Het gevaar bestaat dat in de huidige transitiefase schade ontstaat aan de journalistieke infrastructuur met gevolgen voor het democratische bestel die niet worden opgevangen door nieuwe vormen en online constellaties.

De commissie heeft zich hierover gebogen en komt in dit rapport met een reeks van adviezen aan de uitgeverijsector, de journalistiek en de overheid. Die adviezen beogen de innovatie in het printmodel te stimuleren, met betere marktresultaten en wellicht marktgroei tot doel. Anderzijds heeft de commissie gezocht naar aanknopingspunten voor bestendiging van de journalistieke infrastructuur in het nieuwe digitale domein, liefst gepaard aan innovatie van de journalistiek zelf, resulterend in een versterking van de relatie met het publiek.

Om de maatschappelijke rol en betekenis van de journalistiek te ondersteunen, adviseert de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers de overheid om de dagbladsector te helpen bij een grondige sanering van de grafische tak en herstructurering van distributie. Hierdoor zal de krant nog geruime tijd kunnen renderen, zelfs in een krimpende markt. Fiscale maatregelen en aanpassing van wet- en regelgeving kunnen daarin een belangrijke rol spelen.

Voorts bepleit ze een verruiming van de mogelijkheden tot samenwerking tussen de dagbladen, opiniebladen en nieuwsbladen aan de ene kant en de publieke omroep aan de andere, vooral bij de ontwikkeling van online diensten. Voor de commerciële omroepen bestaan reeds uitgebreide mogelijkheden tot samenwerking. Die krijgt slechts in beperkte mate vorm omdat er relatief weinig journalistieke producties bij de commerciële omroepen gemaakt worden, al zijn ze er wel degelijk.1 Vergaande samenwerking in een convergerend medialandschap tussen uitgevers en omroepen komt de kwaliteit van het informatieaanbod en de vitaliteit van de mediasector ten goede. Nieuwe en al bestaande online initiatieven kunnen bij deze samenwerking aansluiten.

Daarnaast vraagt de commissie specifieke aandacht voor de kwaliteit van de journalistieke infrastructuur en adviseert ze een groot deel van de publieke innovatiemiddelen voor de verkenning daarvan te bestemmen.

De commissie stelt tenslotte dat de situatie in de regio bijzondere aandacht verdient. Hulp bij sanering en crossmediale samenwerking kunnen ook de regionale journalistiek behulpzaam zijn. Aanvullend daaraan oppert de commissie de mogelijke oprichting van regionale mediacentra waar publieke en private regionale en lokale media innovatief kunnen samenwerken aan berichtgeving in de regio.

De commissie stelt voor de stimulering van innovatie in de printmedia te beleggen bij het Stimuleringsfonds voor de Pers, dat daarvoor ten dele een nieuwe taak krijgt. Aan de ene kant werkt het fonds aan de innovatie van de journalistieke productie en infrastructuur. Het zal daarbij vooral gaan om inhoudelijke innovatie en de ontwikkeling van nieuwe concepten in print en crossmediaal. Anderzijds krijgt het fonds de taak om innovatie op het terrein van exploitatie en distributie te onderzoeken en te bevorderen. Dit dient in samenwerking met de sector en waar mogelijk met kennisinstellingen te gebeuren. Investeringen in deze projecten door het fonds geschieden op basis van matching funds door de sector. De commissie wil voor deze beide taken de bestaande middelen van het Stimuleringsfonds inzetten, aangevuld met de acht miljoen euro die de Minister in ieder geval voor de duur van de huidige kabinetsperiode heeft toegezegd. De commissie adviseert verder het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten in de stimulering van innovatie in de printmedia te betrekken.

De commissie ziet er bewust van af zelf met voorstellen te komen voor de precieze bestemming van de door de Minister beschikbaar gestelde acht miljoen euro. Ze is er gedurende haar opdracht van overtuigd geraakt dat de sector met structurele problemen kampt, die uiteindelijk met structurele oplossingen verholpen moeten worden. Tijdelijke maatregelen kunnen de transitie begeleiden. Maar ook deze maatregelen dienen in samenspraak met betrokkenen in de sector tot stand te komen.

Voorts adviseert de commissie om verdere stimulering van innovatie in de journalistiek en de journalistieke productie en exploitatie tijdelijk te bekostigen uit een opslag van enkele euro’s per jaar op de kosten van de internetaansluiting voor de Nederlandse huishoudens. Juist omdat er in de huidige fase van ontwikkeling van het web en het aanbod van nieuws daarop, nog geen verdienmodellen zijn ontwikkeld én omdat er desalniettemin door de alomtegenwoordigheid van nieuws belangrijke maatschappelijke waarde wordt gecreëerd, vindt de commissie dat voor de ontwikkeling van nieuwe modellen en concepten tijdelijk een dergelijke bijdrage van de internetgebruiker gevraagd kan worden. Op deze wijze wordt duidelijk dat, ook wanneer diensten gratis toegankelijk zijn, er toch op de een of andere wijze, door deze of gene kosten voor zijn gemaakt. Haalbaarheid en realisatie van een dergelijke opslag moeten onderzocht worden. In de uitwerking van de adviezen is vooralsnog geen rekening gehouden met de opbrengsten uit een dergelijke heffing.

De commissie heeft de hierboven in algemene termen omschreven adviezen uitgewerkt in een aantal aanbevelingen voor de overheid. Hieronder worden de adviezen uiteengezet in de categorieën: fiscaliteit, wet- en regelgeving, media- en communicatiebeleid, innovatiebevordering en onderzoek. Hierbij moet benadrukt worden dat de overheid niet bij machte is om de sector in haar eentje te redden – zij speelt slechts een faciliterende en ondersteunende rol. Er wordt dan ook een stevige bijdrage verwacht van de sector zelf.